Recepten & inspiratie
Kies je product en open het recept direct op deze pagina.
Alle recepten

Kogelbiefstuk Iers vers
1 recept beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 700 g biefstuk
- 700 g krieltjes
- 2 sjalotten
- 150 ml rode wijn
- 200 ml runder- of kalfsfond
- 30 g koude boter
- 1 el neutrale olie
- zout en zwarte peper
Bereiding
- 01Stap 1
Laat de biefstuk 20–30 minuten temperen. Is het oppervlak zichtbaar vochtig, dep dan alleen dat vocht weg; verder is geen voorbehandeling nodig.
- 02Stap 2
Rooster de krieltjes in een oven van 210 °C in 30–35 minuten goudbruin en gaar.
- 03Stap 3
Verhit een zware koekenpan zeer heet, voeg olie toe en bak de biefstuk rondom krachtig aan. Gaar verder tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium.
- 04Stap 4
Neem de biefstuk uit de pan en laat 8–10 minuten rusten. Fruit intussen de sjalot in dezelfde pan.
- 05Stap 5
Blus met rode wijn, laat tot ongeveer de helft inkoken, voeg fond toe en reduceer tot sausdikte. Klop van het vuur af de koude boter erdoor.
- 06Stap 6
Snijd de biefstuk dwars op de draad waar dat voor dit deelstuk relevant is en serveer met de jus en krieltjes.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng het vlees vlak voor de bereiding op smaak met zout en zwarte peper. Voor een vollere, kruidige smaak kun je in plaats daarvan Jans Biefstuk Kruidenmix gebruiken. Kies één van beide; zo blijft de kruiding mooi in balans.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Verhit de pan eerst goed en gebruik waar nodig slechts een dun laagje hittebestendig bakvet. Geef het vlees ruimte en bouw een duidelijke korst op zonder voortdurend te schuiven; verlaag daarna de hitte wanneer het stuk nog moet doorgaren.
- Voeg boter en aromaten uit het recept pas na de eerste korstfase toe en lepel het schuimende bakvet kort over het vlees; zo blijven de aromaten frisser en verbranden ze minder snel.
- Tip van Jan: Dunne staartstukken zijn eerder klaar dan dikke middendelen; haal ze zo nodig eerder uit de pan.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een klassieke bistrobereiding waarin de smaak van biefstuk centraal blijft.

Krakauer braadworst
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 600 g braadworst
- 800 g kruimige aardappelen
- 2 grote uien
- 150 ml melk
- 30 g boter
- 1 el grove mosterd
- 250 ml bouillon
- 1 el olie
Bereiding
- 01Stap 1
Bak de braadworst op middelhoog vuur rustig rondom bruin; draai regelmatig zodat de darm niet barst.
- 02Stap 2
Kook de aardappelen gaar en maak puree met melk, boter en mosterd.
- 03Stap 3
Bak de uien in dezelfde pan rustig goudbruin.
- 04Stap 4
Voeg bouillon toe en laat 5–8 minuten inkoken tot een lichte jus.
- 05Stap 5
Gaar de worst volledig tot volledig gaar in het thermische midden.
- 06Stap 6
Serveer met mosterdpuree en uienjus.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Dit product heeft al een eigen kruiding of smaakopbouw. Voeg daarom niet automatisch extra rub, marinade of kruidenmix toe.
- Gaar worst op beheerste hitte en keer regelmatig. Prik de darm niet onnodig door; daarmee verlies je sap en vet. Controleer voor het serveren of de worst goed gaar en door en door warm is.
- Tip van Jan: Begin beheerst en kleur later krachtiger als de worst dik is.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Rustige panwarmte houdt verse worst sappig en voorkomt verbrande buitenkant.
Ingrediënten
- ca. 600 g braadworst
- 2 blikken witte bonen
- 400 g tomatenblokjes
- 1 ui
- 2 tenen knoflook
- 60 g panko
- 30 g Parmezaan
- 1 el olijfolie
Bereiding
- 01Stap 1
Bak de braadworst rondom bruin maar nog niet volledig gaar; neem uit de pan.
- 02Stap 2
Fruit ui en knoflook, voeg tomaat en uitgelekte bonen toe en laat 10 minuten pruttelen.
- 03Stap 3
Leg de worst terug in de saus en gaar 10–15 minuten zacht door.
- 04Stap 4
Meng panko met Parmezaan en een beetje olie en strooi over de pan of ovenschaal.
- 05Stap 5
Gratineer 5 minuten onder een hete grill tot de kruim goudbruin is.
- 06Stap 6
Controleer de worst op volledige garing en serveer.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Dit product heeft al een eigen kruiding of smaakopbouw. Voeg daarom niet automatisch extra rub, marinade of kruidenmix toe.
- Gaar worst op beheerste hitte en keer regelmatig. Prik de darm niet onnodig door; daarmee verlies je sap en vet. Controleer voor het serveren of de worst goed gaar en door en door warm is.
- Tip van Jan: Bij een dikke worst is kleur van buiten niet genoeg om garing te beoordelen.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een rustieke éénpansmaaltijd met romige bonen en krokante bovenlaag.

Lamsbout met been
1 recept beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 1,2 kg lamsbout
- 1 knolselderij
- 500 g aardappelen
- 250 g paddenstoelen
- 250 ml bouillon
- 100 ml room
- 30 g boter
- peper en zout
Bereiding
- 01Stap 1
Kook knolselderij en aardappel samen gaar en pureer met room en een deel van de boter.
- 02Stap 2
Bak de paddenstoelen op hoog vuur bruin en houd apart.
- 03Stap 3
Gaar de lamsbout in oven of braadpan tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium en laat daarna rusten.
- 04Stap 4
Deglaceer de braadpan met bouillon en kook in tot een krachtige jus.
- 05Stap 5
Snijd het vlees pas na rust en controleer de snijrichting.
- 06Stap 6
Serveer met puree, paddenstoelen en jus.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Gebruik het zout uit het recept doelgericht op het vlees en verdeel het gelijkmatig. Voeg geen extra zout toe buiten de receptuur zonder eerst de totale kruiding te beoordelen.
- Gebruik de oven voor beheerst doorgaren. Wanneer het recept eerst een korst vraagt, schroei het vlees vooraf kort aan; bepaal het eindpunt op kern en niet uitsluitend op oventijd.
- Tip van Jan: Een korte krachtige korst en daarna gecontroleerde garing geeft veel grip op het eindresultaat.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een stevig restaurantbord met aardse smaken en correcte rusttijd.

Lamsbout zonder been
1 recept beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 1,2 kg lamsbout
- 1 knolselderij
- 500 g aardappelen
- 250 g paddenstoelen
- 250 ml bouillon
- 100 ml room
- 30 g boter
- peper en zout
Bereiding
- 01Stap 1
Kook knolselderij en aardappel samen gaar en pureer met room en een deel van de boter.
- 02Stap 2
Bak de paddenstoelen op hoog vuur bruin en houd apart.
- 03Stap 3
Gaar de lamsbout in oven of braadpan tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium en laat daarna rusten.
- 04Stap 4
Deglaceer de braadpan met bouillon en kook in tot een krachtige jus.
- 05Stap 5
Snijd het vlees pas na rust en controleer de snijrichting.
- 06Stap 6
Serveer met puree, paddenstoelen en jus.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Gebruik het zout uit het recept doelgericht op het vlees en verdeel het gelijkmatig. Voeg geen extra zout toe buiten de receptuur zonder eerst de totale kruiding te beoordelen.
- Gebruik de oven voor beheerst doorgaren. Wanneer het recept eerst een korst vraagt, schroei het vlees vooraf kort aan; bepaal het eindpunt op kern en niet uitsluitend op oventijd.
- Tip van Jan: Een korte krachtige korst en daarna gecontroleerde garing geeft veel grip op het eindresultaat.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een stevig restaurantbord met aardse smaken en correcte rusttijd.

Lamsgehakt grasgevoerd
3 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- 500 g lamsgehakt
- 1 ei
- 40 g paneermeel
- 1 kleine ui
- 1 tl mosterd
- 1 tl Worcestersaus
- 25 g boter
- 300 ml bouillon
- peper en zout
Bereiding
- 01Stap 1
Snipper de ui zeer fijn. Meng het gehakt kort met ei, paneermeel, ui, mosterd en Worcestersaus; kneed niet langer dan nodig.
- 02Stap 2
Vorm vier gelijke ballen en laat ze 10 minuten in de koelkast opstijven.
- 03Stap 3
Bak de ballen rondom bruin in boter op middelhoog vuur.
- 04Stap 4
Voeg bouillon toe, zet het vuur laag en laat 20–25 minuten zacht garen; keer halverwege.
- 05Stap 5
Neem de ballen uit de pan en kook de jus zo nodig enkele minuten in.
- 06Stap 6
Gaar het gehakt volledig; bij gehakt is een rosé steakgaring niet de bedoeling.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Bouw eerst een mooie korst op en druk een burger tijdens het bakken of grillen niet plat; zo blijft meer sap in het vlees. Controleer de gaarheid in het dikste deel.
- Tip van Jan: Gelijke porties garen gelijkmatiger en maken timing veel voorspelbaarder.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Klassieke gehaktballen met zachte garing en geconcentreerde jus.
Ingrediënten
- 500 g lamsgehakt
- 8 kleine tortilla's
- 1 rode paprika
- 1 gele paprika
- 1 ui
- 1 tl gemalen komijn
- 1 tl gerookt paprikapoeder
- 2 tomaten
- 1 limoen
- 100 g zure room
Bereiding
- 01Stap 1
Rooster paprika en ui in een droge, hete pan tot ze duidelijke kleur krijgen.
- 02Stap 2
Bak het gehakt rul op hoog vuur en laat vrijkomend vocht eerst verdampen voordat u komijn en paprikapoeder toevoegt.
- 03Stap 3
Meng tomaat met limoensap en een snuf zout tot snelle salsa.
- 04Stap 4
Verwarm de tortilla's kort in een droge pan.
- 05Stap 5
Vul met gehakt, geroosterde groente, salsa en zure room.
- 06Stap 6
Gaar het gehakt volledig; bij gehakt is een rosé steakgaring niet de bedoeling.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Bouw eerst een mooie korst op en druk een burger tijdens het bakken of grillen niet plat; zo blijft meer sap in het vlees. Controleer de gaarheid in het dikste deel.
- Tip van Jan: Laat gehaktballen eerst kleur krijgen voordat ze verder garen in jus of saus.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een totaal andere toepassing dan gehaktbal: fris, kruidig en aan tafel op te bouwen.
Ingrediënten
- 500 g lamsgehakt
- 1 ui
- 1 wortel
- 1 stengel bleekselderij
- 2 tenen knoflook
- 150 ml rode wijn
- 800 g tomaten uit blik
- 2 el olijfolie
- 300 g pasta
Bereiding
- 01Stap 1
Snijd ui, wortel en bleekselderij zeer fijn en fruit 8–10 minuten zacht in olijfolie.
- 02Stap 2
Voeg het gehakt toe en bak op hoger vuur goed bruin; roer niet voortdurend zodat er echt braadkleur ontstaat.
- 03Stap 3
Voeg knoflook toe, blus met rode wijn en laat bijna volledig inkoken.
- 04Stap 4
Voeg tomaat toe en laat 35–45 minuten zacht pruttelen tot een rijke saus.
- 05Stap 5
Kook de pasta beetgaar en meng met voldoende saus zodat de pasta wordt omhuld.
- 06Stap 6
Gaar het gehakt volledig; bij gehakt is een rosé steakgaring niet de bedoeling.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Bouw eerst een mooie korst op en druk een burger tijdens het bakken of grillen niet plat; zo blijft meer sap in het vlees. Controleer de gaarheid in het dikste deel.
- Tip van Jan: Gehakt heeft door het malen een ander voedselveiligheidsprofiel dan een intacte steak. Volg de productspecifieke veilige kerntemperatuur.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een langzaam opgebouwde ragù waarin bruinen en inkoken voor diepte zorgen.

Lamsrack Nieuw Zeeland
1 recept beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 1,2 kg lamsrack
- 1 knolselderij
- 500 g aardappelen
- 250 g paddenstoelen
- 250 ml bouillon
- 100 ml room
- 30 g boter
- peper en zout
Bereiding
- 01Stap 1
Kook knolselderij en aardappel samen gaar en pureer met room en een deel van de boter.
- 02Stap 2
Bak de paddenstoelen op hoog vuur bruin en houd apart.
- 03Stap 3
Gaar de lamsrack in oven of braadpan tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium en laat daarna rusten.
- 04Stap 4
Deglaceer de braadpan met bouillon en kook in tot een krachtige jus.
- 05Stap 5
Snijd het vlees pas na rust en controleer de snijrichting.
- 06Stap 6
Serveer met puree, paddenstoelen en jus.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Gebruik het zout uit het recept doelgericht op het vlees en verdeel het gelijkmatig. Voeg geen extra zout toe buiten de receptuur zonder eerst de totale kruiding te beoordelen.
- Gebruik de oven voor beheerst doorgaren. Wanneer het recept eerst een korst vraagt, schroei het vlees vooraf kort aan; bepaal het eindpunt op kern en niet uitsluitend op oventijd.
- Tip van Jan: Een korte krachtige korst en daarna gecontroleerde garing geeft veel grip op het eindresultaat.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Kerntemperatuur & eindcontrole
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een stevig restaurantbord met aardse smaken en correcte rusttijd.

Lamsschenkel Nieuw Zeeland
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 1 kg Lamsschenkel Nieuw Zeeland
- 150 g spekblokjes
- 2 wortels
- 2 uien
- 250 g champignons
- 500 ml rode wijn
- 400 ml bouillon
- 1 el tomatenpuree
- 2 laurierblaadjes
Bereiding
- 01Stap 1
Bak de spekblokjes uit en schep ze uit de pan.
- 02Stap 2
Bak de Lamsschenkel Nieuw Zeeland in porties rondom donkerbruin en neem uit de pan.
- 03Stap 3
Bak ui en wortel, voeg tomatenpuree toe en bak 1 minuut mee.
- 04Stap 4
Blus met rode wijn en bouillon, voeg laurier toe en doe het vlees terug. Laat circa 3 uur zeer zacht stoven.
- 05Stap 5
Bak de champignons apart bruin en voeg ze met het spek pas in het laatste halfuur toe.
- 06Stap 6
Het gerecht is klaar wanneer het vlees zonder weerstand uit elkaar valt en de saus glanst.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees vlak voor de bereiding gelijkmatig op smaak met zout. Volg een langere zout- of dry-brinefase alleen wanneer het recept dat bewust voorschrijft.
- Braad de vleesstukken waar het recept dat toelaat in porties aan voor kleur en smaak. Laat ze daarna rustig stoven: zacht pruttelen, niet hard doorkoken, en gebruik malsheid als eindcontrole in plaats van alleen een vaste tijd.
- Tip van Jan: Bij lamsrack meet u in het dikste vleesdeel zonder bot te raken.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een Franse klassieker met gelaagde smaak en paddenstoelen die hun bite behouden.
Ingrediënten
- ca. 1 kg Lamsschenkel Nieuw Zeeland
- 2 uien
- 3 tenen knoflook
- 20 g gember
- 2 tl gemalen koriander
- 1 tl komijn
- 3 el ketjap manis
- 400 ml kokosmelk
- 1 stengel citroengras
Bereiding
- 01Stap 1
Bak de ui rustig goudbruin in een beetje olie.
- 02Stap 2
Voeg knoflook, gember, koriander en komijn toe en bak kort tot het geurt.
- 03Stap 3
Voeg de Lamsschenkel Nieuw Zeeland toe en bak rondom aan; werk in porties als de pan te vol wordt.
- 04Stap 4
Roer ketjap erdoor, voeg kokosmelk en gekneusd citroengras toe en breng tegen de kook aan.
- 05Stap 5
Laat 2,5–3 uur heel zacht stoven zonder hard te koken.
- 06Stap 6
Neem het deksel het laatste halfuur weg zodat de saus geconcentreerd en romig wordt; verwijder citroengras voor serveren.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees vlak voor de bereiding gelijkmatig op smaak met zout. Volg een langere zout- of dry-brinefase alleen wanneer het recept dat bewust voorschrijft.
- Braad de vleesstukken waar het recept dat toelaat in porties aan voor kleur en smaak. Laat ze daarna rustig stoven: zacht pruttelen, niet hard doorkoken, en gebruik malsheid als eindcontrole in plaats van alleen een vaste tijd.
- Tip van Jan: Rozemarijn, knoflook, citroen en komijn passen sterk bij lam; gebruik ze als ondersteuning, niet als masker.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een warme specerijenrichting die echt verschilt van Europese stoofgerechten.

LONGHAAS HOLSTEIN
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 700 g longhaas
- 2 stronken paksoi
- 2 lente-uien
- 2 el sojasaus
- 1 el rijstazijn
- 1 tl sesamolie
- 1 tl honing
- 1 el neutrale olie
- 1 tl geroosterde sesam
Bereiding
- 01Stap 1
Snijd de longhaas alleen als het deelstuk dat toelaat in dunne plakken dwars op de draad; laat dikke steaks juist heel en snijd pas na het garen.
- 02Stap 2
Meng sojasaus, rijstazijn, sesamolie en honing tot een snelle jus.
- 03Stap 3
Bak de longhaas zeer heet en kort zodat het vlees kleurt zonder uit te drogen; gaar verder tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium.
- 04Stap 4
Roerbak paksoi en lente-ui 2–3 minuten zodat ze fris en knapperig blijven.
- 05Stap 5
Voeg de sojajus kort toe en laat slechts enkele seconden bruisen.
- 06Stap 6
Serveer de longhaas met paksoi en bestrooi met sesam.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees op smaak met zout en zwarte peper, óf gebruik Jans Biefstuk Kruidenmix als smaakvol alternatief. Kies één van beide en voorkom dubbele kruiding.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Verhit de pan eerst goed en gebruik waar nodig slechts een dun laagje hittebestendig bakvet. Geef het vlees ruimte en bouw een duidelijke korst op zonder voortdurend te schuiven; verlaag daarna de hitte wanneer het stuk nog moet doorgaren.
- Tip van Jan: Snijd grove rundspieren in dunne plakken haaks op de vezel. Dat maakt een merkbaar verschil in malsheid.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een moderne, lichtere bereiding met veel umami en korte garing.
Ingrediënten
- ca. 700 g longhaas
- 700 g krieltjes
- 2 sjalotten
- 150 ml rode wijn
- 200 ml runder- of kalfsfond
- 30 g koude boter
- 1 el neutrale olie
- zout en zwarte peper
Bereiding
- 01Stap 1
Laat de longhaas 20–30 minuten temperen. Is het oppervlak zichtbaar vochtig, dep dan alleen dat vocht weg; verder is geen voorbehandeling nodig.
- 02Stap 2
Rooster de krieltjes in een oven van 210 °C in 30–35 minuten goudbruin en gaar.
- 03Stap 3
Verhit een zware koekenpan zeer heet, voeg olie toe en bak de longhaas rondom krachtig aan. Gaar verder tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium.
- 04Stap 4
Neem de longhaas uit de pan en laat 8–10 minuten rusten. Fruit intussen de sjalot in dezelfde pan.
- 05Stap 5
Blus met rode wijn, laat tot ongeveer de helft inkoken, voeg fond toe en reduceer tot sausdikte. Klop van het vuur af de koude boter erdoor.
- 06Stap 6
Snijd de longhaas dwars op de draad waar dat voor dit deelstuk relevant is en serveer met de jus en krieltjes.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng het vlees vlak voor de bereiding op smaak met zout en zwarte peper. Voor een vollere, kruidige smaak kun je in plaats daarvan Jans Biefstuk Kruidenmix gebruiken. Kies één van beide; zo blijft de kruiding mooi in balans.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Verhit de pan eerst goed en gebruik waar nodig slechts een dun laagje hittebestendig bakvet. Geef het vlees ruimte en bouw een duidelijke korst op zonder voortdurend te schuiven; verlaag daarna de hitte wanneer het stuk nog moet doorgaren.
- Voeg boter en aromaten uit het recept pas na de eerste korstfase toe en lepel het schuimende bakvet kort over het vlees; zo blijven de aromaten frisser en verbranden ze minder snel.
- Tip van Jan: Leg een lang stuk zo in pan of op grill dat zoveel mogelijk oppervlak contact maakt voor egale bruining.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een klassieke bistrobereiding waarin de smaak van longhaas centraal blijft.

Mergpijpjes
1 recept beschikbaar
Ingrediënten
- 8 Mergpijpjes
- 2 sjalotten
- 250 ml rode wijn
- 500 ml runderfond
- 1 tl Dijonmosterd
- 1 takje rozemarijn
Bereiding
- 01Stap 1
Rooster de mergpijpjes 20 minuten op 220 °C en vang het vrijgekomen vet op.
- 02Stap 2
Fruit sjalot in een theelepel mergvet.
- 03Stap 3
Blus met rode wijn en kook tot ongeveer een derde in.
- 04Stap 4
Voeg fond toe en laat tot sausdikte reduceren.
- 05Stap 5
Roer mosterd erdoor en laat één takje rozemarijn slechts kort meetrekken; verwijder voor serveren.
- 06Stap 6
Schep een klein beetje geroosterd merg door de jus voor extra body.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees vlak voor de bereiding gelijkmatig op smaak met zout. Volg een langere zout- of dry-brinefase alleen wanneer het recept dat bewust voorschrijft.
- Gebruik de oven voor beheerst doorgaren. Wanneer het recept eerst een korst vraagt, schroei het vlees vooraf kort aan; bepaal het eindpunt op kern en niet uitsluitend op oventijd.
- Tip van Jan: Meet in het dikste deel en niet tegen bot, vetlaag of pan. Zo stuurt u op garing in plaats van op minuten.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Rozemarijn is hier beperkt en bewust gebruikt in een krachtige rundjus.

Oerhammetje
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 1 kg Oerhammetje
- 3 uien
- 330 ml donker bier
- 400 ml bouillon
- 2 el bloem
- 1 el mosterd
- 2 laurierblaadjes
- 30 g boter
Bereiding
- 01Stap 1
Snijd de Oerhammetje in gelijkmatige stukken als dat nog niet is gebeurd. Is het oppervlak zichtbaar nat, dep alleen dat vocht weg zodat het vlees kan bruinen.
- 02Stap 2
Bak het vlees in porties stevig bruin in boter; leg elke portie apart.
- 03Stap 3
Bak de ui rustig goudbruin, bestuif met bloem en laat 1 minuut meegaren.
- 04Stap 4
Blus met bier en bouillon en roer alle aanbaksels los. Voeg mosterd en laurier toe.
- 05Stap 5
Doe het vlees terug en laat 2,5–3 uur zeer zacht stoven tot het lepelmals is; laat de saus het laatste halfuur zo nodig zonder deksel inkoken.
- 06Stap 6
Proef pas op het einde op zout en serveer met aardappelpuree of friet.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Snijd stoofvlees alleen kleiner als het recept dat nodig heeft en houd de stukken zoveel mogelijk gelijk van formaat, zodat ze gelijkmatig garen.
- Braad de vleesstukken waar het recept dat toelaat in porties aan voor kleur en smaak. Laat ze daarna rustig stoven: zacht pruttelen, niet hard doorkoken, en gebruik malsheid als eindcontrole in plaats van alleen een vaste tijd.
- Tip van Jan: Mosterd, appel, salie en zachte zuren passen goed bij varkensvlees zonder de vleessmaak te verstoppen.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Diepe, klassieke stoofsmaak door bruinen, reduceren en langzame garing.
Ingrediënten
- ca. 1 kg Oerhammetje
- 150 g spekblokjes
- 2 wortels
- 2 uien
- 250 g champignons
- 500 ml rode wijn
- 400 ml bouillon
- 1 el tomatenpuree
- 2 laurierblaadjes
Bereiding
- 01Stap 1
Bak de spekblokjes uit en schep ze uit de pan.
- 02Stap 2
Bak de Oerhammetje in porties rondom donkerbruin en neem uit de pan.
- 03Stap 3
Bak ui en wortel, voeg tomatenpuree toe en bak 1 minuut mee.
- 04Stap 4
Blus met rode wijn en bouillon, voeg laurier toe en doe het vlees terug. Laat circa 3 uur zeer zacht stoven.
- 05Stap 5
Bak de champignons apart bruin en voeg ze met het spek pas in het laatste halfuur toe.
- 06Stap 6
Het gerecht is klaar wanneer het vlees zonder weerstand uit elkaar valt en de saus glanst.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Snijd stoofvlees alleen kleiner als het recept dat nodig heeft en houd de stukken zoveel mogelijk gelijk van formaat, zodat ze gelijkmatig garen.
- Braad de vleesstukken waar het recept dat toelaat in porties aan voor kleur en smaak. Laat ze daarna rustig stoven: zacht pruttelen, niet hard doorkoken, en gebruik malsheid als eindcontrole in plaats van alleen een vaste tijd.
- Tip van Jan: Mosterd, appel, salie en zachte zuren passen goed bij varkensvlees zonder de vleessmaak te verstoppen.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een Franse klassieker met gelaagde smaak en paddenstoelen die hun bite behouden.

Onderrib / Rundernek vers
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 1 kg rundernek
- 2 uien
- 3 tenen knoflook
- 20 g gember
- 2 tl gemalen koriander
- 1 tl komijn
- 3 el ketjap manis
- 400 ml kokosmelk
- 1 stengel citroengras
Bereiding
- 01Stap 1
Bak de ui rustig goudbruin in een beetje olie.
- 02Stap 2
Voeg knoflook, gember, koriander en komijn toe en bak kort tot het geurt.
- 03Stap 3
Voeg de rundernek toe en bak rondom aan; werk in porties als de pan te vol wordt.
- 04Stap 4
Roer ketjap erdoor, voeg kokosmelk en gekneusd citroengras toe en breng tegen de kook aan.
- 05Stap 5
Laat 2,5–3 uur heel zacht stoven zonder hard te koken.
- 06Stap 6
Neem het deksel het laatste halfuur weg zodat de saus geconcentreerd en romig wordt; verwijder citroengras voor serveren.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Snijd stoofvlees alleen kleiner als het recept dat nodig heeft en houd de stukken zoveel mogelijk gelijk van formaat, zodat ze gelijkmatig garen.
- Braad de vleesstukken waar het recept dat toelaat in porties aan voor kleur en smaak. Laat ze daarna rustig stoven: zacht pruttelen, niet hard doorkoken, en gebruik malsheid als eindcontrole in plaats van alleen een vaste tijd.
- Tip van Jan: Meet in het dikste deel en niet tegen bot, vetlaag of pan. Zo stuurt u op garing in plaats van op minuten.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een warme specerijenrichting die echt verschilt van Europese stoofgerechten.
Ingrediënten
- ca. 1 kg rundernek
- 3 uien
- 330 ml donker bier
- 400 ml bouillon
- 2 el bloem
- 1 el mosterd
- 2 laurierblaadjes
- 30 g boter
Bereiding
- 01Stap 1
Snijd de rundernek in gelijkmatige stukken als dat nog niet is gebeurd. Is het oppervlak zichtbaar nat, dep alleen dat vocht weg zodat het vlees kan bruinen.
- 02Stap 2
Bak het vlees in porties stevig bruin in boter; leg elke portie apart.
- 03Stap 3
Bak de ui rustig goudbruin, bestuif met bloem en laat 1 minuut meegaren.
- 04Stap 4
Blus met bier en bouillon en roer alle aanbaksels los. Voeg mosterd en laurier toe.
- 05Stap 5
Doe het vlees terug en laat 2,5–3 uur zeer zacht stoven tot het lepelmals is; laat de saus het laatste halfuur zo nodig zonder deksel inkoken.
- 06Stap 6
Proef pas op het einde op zout en serveer met aardappelpuree of friet.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Snijd stoofvlees alleen kleiner als het recept dat nodig heeft en houd de stukken zoveel mogelijk gelijk van formaat, zodat ze gelijkmatig garen.
- Braad de vleesstukken waar het recept dat toelaat in porties aan voor kleur en smaak. Laat ze daarna rustig stoven: zacht pruttelen, niet hard doorkoken, en gebruik malsheid als eindcontrole in plaats van alleen een vaste tijd.
- Tip van Jan: Snijd vlees zo laat mogelijk. Zo blijft het warmer en verliest het minder vocht.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Diepe, klassieke stoofsmaak door bruinen, reduceren en langzame garing.

Ontbijtspek gerookt en gesneden
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- 200 g ontbijtspek
- 320 g spaghetti
- 3 eidooiers
- 1 heel ei
- 80 g Pecorino
- 1 tl grof gemalen zwarte peper
- zout
Bereiding
- 01Stap 1
Snijd de ontbijtspek in kleine stukjes en bak rustig uit tot het vet helder is en de randjes krokant zijn.
- 02Stap 2
Kook de spaghetti beetgaar en bewaar 150 ml kookwater.
- 03Stap 3
Klop eidooiers, heel ei, Pecorino en zwarte peper los.
- 04Stap 4
Meng de hete uitgelekte pasta met het spek en neem de pan van het vuur.
- 05Stap 5
Roer het eimengsel erdoor en voeg beetje bij beetje kookwater toe tot een romige saus ontstaat; laat het ei niet stollen.
- 06Stap 6
Serveer direct met extra Pecorino.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Dit product is al bereid en kan koud worden geserveerd of kort worden afgewerkt. Verwarm het alleen zo lang als nodig is voor de gekozen bereiding.
- Voeg niet automatisch extra zout, rub of marinade toe. De smaak die al in het product zit is het uitgangspunt.
- Werk het reeds bereide product kort in de pan af voor warmte of kleur; houd de verhitting kort zodat structuur en sappigheid behouden blijven.
- Tip van Jan: Meet in het dikste deel en niet tegen bot, vetlaag of pan. Zo stuurt u op garing in plaats van op minuten.
- Gebruik de temperatuur- en bereidingsinformatie bij het product als laatste controle voor het serveren.
Volg voor opwarmen, bewaren en serveren de aanwijzingen bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een toepassing waarin het gerookte/zoute karakter van het product de saus draagt.
Ingrediënten
- 200 g ontbijtspek
- 700 g krieltjes
- 1 friszure appel
- 2 lente-uien
- 1 el grove mosterd
- 2 el yoghurt
- 1 el appelazijn
- 1 el olie
Bereiding
- 01Stap 1
Halveer de krieltjes en rooster 30 minuten op 210 °C tot krokant.
- 02Stap 2
Bak de ontbijtspek krokant en laat op keukenpapier uitlekken.
- 03Stap 3
Meng mosterd, yoghurt en appelazijn tot dressing.
- 04Stap 4
Snijd appel en lente-ui fijn.
- 05Stap 5
Schep warme krieltjes om met dressing, appel en lente-ui.
- 06Stap 6
Strooi het krokante spek er pas op het einde over zodat het knapperig blijft.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Dit product is al bereid en kan koud worden geserveerd of kort worden afgewerkt. Verwarm het alleen zo lang als nodig is voor de gekozen bereiding.
- Voeg niet automatisch extra zout, rub of marinade toe. De smaak die al in het product zit is het uitgangspunt.
- Warm of werk het reeds bereide product kort in de oven af; voorkom langdurig doorgaren en uitdrogen.
- Tip van Jan: Snijd vlees zo laat mogelijk. Zo blijft het warmer en verliest het minder vocht.
- Gebruik de temperatuur- en bereidingsinformatie bij het product als laatste controle voor het serveren.
Volg voor opwarmen, bewaren en serveren de aanwijzingen bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Warm-koude aardappelsalade met zuur en fris fruit als tegengewicht voor spek.

Ossenhaas Iers Vers
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 700 g ossenhaas
- 250 g kastanjechampignons
- 1 sjalot
- 1 el groene peperkorrels
- 150 ml kookroom
- 150 ml fond
- 1 el olie
- 20 g boter
Bereiding
- 01Stap 1
Snijd de champignons in kwarten en bak ze op hoog vuur in een droge pan tot ze kleur krijgen; voeg pas daarna een klein klontje boter toe en houd warm.
- 02Stap 2
Bak de ossenhaas in een zeer hete pan rondom bruin en gaar tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium.
- 03Stap 3
Laat de ossenhaas rusten terwijl u de saus maakt.
- 04Stap 4
Fruit sjalot en groene peperkorrels kort in dezelfde pan, voeg fond toe en kook tot ongeveer de helft in.
- 05Stap 5
Voeg room toe en laat rustig binden; proef voordat u extra zout toevoegt.
- 06Stap 6
Snijd de ossenhaas en serveer met de paddenstoelen en een kleine lepel pepersaus.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng het vlees vlak voor de bereiding op smaak met zout en zwarte peper. Voor een vollere, kruidige smaak kun je in plaats daarvan Jans Biefstuk Kruidenmix gebruiken. Kies één van beide; zo blijft de kruiding mooi in balans.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Verhit de pan eerst goed en gebruik waar nodig slechts een dun laagje hittebestendig bakvet. Geef het vlees ruimte en bouw een duidelijke korst op zonder voortdurend te schuiven; verlaag daarna de hitte wanneer het stuk nog moet doorgaren.
- Voeg boter en aromaten uit het recept pas na de eerste korstfase toe en lepel het schuimende bakvet kort over het vlees; zo blijven de aromaten frisser en verbranden ze minder snel.
- Tip van Jan: Laat vis in de pan eerst een korst vormen voordat u probeert te keren.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Kerntemperatuur & eindcontrole
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een restaurantklassieker met romige saus en geroosterde paddenstoelen.
Ingrediënten
- ca. 700 g ossenhaas
- 2 stronken paksoi
- 2 lente-uien
- 2 el sojasaus
- 1 el rijstazijn
- 1 tl sesamolie
- 1 tl honing
- 1 el neutrale olie
- 1 tl geroosterde sesam
Bereiding
- 01Stap 1
Snijd de ossenhaas alleen als het deelstuk dat toelaat in dunne plakken dwars op de draad; laat dikke steaks juist heel en snijd pas na het garen.
- 02Stap 2
Meng sojasaus, rijstazijn, sesamolie en honing tot een snelle jus.
- 03Stap 3
Bak de ossenhaas zeer heet en kort zodat het vlees kleurt zonder uit te drogen; gaar verder tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium.
- 04Stap 4
Roerbak paksoi en lente-ui 2–3 minuten zodat ze fris en knapperig blijven.
- 05Stap 5
Voeg de sojajus kort toe en laat slechts enkele seconden bruisen.
- 06Stap 6
Serveer de ossenhaas met paksoi en bestrooi met sesam.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees op smaak met zout en zwarte peper, óf gebruik Jans Biefstuk Kruidenmix als smaakvol alternatief. Kies één van beide en voorkom dubbele kruiding.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Verhit de pan eerst goed en gebruik waar nodig slechts een dun laagje hittebestendig bakvet. Geef het vlees ruimte en bouw een duidelijke korst op zonder voortdurend te schuiven; verlaag daarna de hitte wanneer het stuk nog moet doorgaren.
- Tip van Jan: Dunne staartstukken zijn eerder klaar dan dikke middendelen; haal ze zo nodig eerder uit de pan.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Kerntemperatuur & eindcontrole
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een moderne, lichtere bereiding met veel umami en korte garing.

Ossenhaas Vers
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 700 g ossenhaas
- 250 g kastanjechampignons
- 1 sjalot
- 1 el groene peperkorrels
- 150 ml kookroom
- 150 ml fond
- 1 el olie
- 20 g boter
Bereiding
- 01Stap 1
Snijd de champignons in kwarten en bak ze op hoog vuur in een droge pan tot ze kleur krijgen; voeg pas daarna een klein klontje boter toe en houd warm.
- 02Stap 2
Bak de ossenhaas in een zeer hete pan rondom bruin en gaar tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium.
- 03Stap 3
Laat de ossenhaas rusten terwijl u de saus maakt.
- 04Stap 4
Fruit sjalot en groene peperkorrels kort in dezelfde pan, voeg fond toe en kook tot ongeveer de helft in.
- 05Stap 5
Voeg room toe en laat rustig binden; proef voordat u extra zout toevoegt.
- 06Stap 6
Snijd de ossenhaas en serveer met de paddenstoelen en een kleine lepel pepersaus.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng het vlees vlak voor de bereiding op smaak met zout en zwarte peper. Voor een vollere, kruidige smaak kun je in plaats daarvan Jans Biefstuk Kruidenmix gebruiken. Kies één van beide; zo blijft de kruiding mooi in balans.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Verhit de pan eerst goed en gebruik waar nodig slechts een dun laagje hittebestendig bakvet. Geef het vlees ruimte en bouw een duidelijke korst op zonder voortdurend te schuiven; verlaag daarna de hitte wanneer het stuk nog moet doorgaren.
- Voeg boter en aromaten uit het recept pas na de eerste korstfase toe en lepel het schuimende bakvet kort over het vlees; zo blijven de aromaten frisser en verbranden ze minder snel.
- Tip van Jan: Laat vis in de pan eerst een korst vormen voordat u probeert te keren.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Kerntemperatuur & eindcontrole
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een restaurantklassieker met romige saus en geroosterde paddenstoelen.
Ingrediënten
- ca. 700 g ossenhaas
- 2 stronken paksoi
- 2 lente-uien
- 2 el sojasaus
- 1 el rijstazijn
- 1 tl sesamolie
- 1 tl honing
- 1 el neutrale olie
- 1 tl geroosterde sesam
Bereiding
- 01Stap 1
Snijd de ossenhaas alleen als het deelstuk dat toelaat in dunne plakken dwars op de draad; laat dikke steaks juist heel en snijd pas na het garen.
- 02Stap 2
Meng sojasaus, rijstazijn, sesamolie en honing tot een snelle jus.
- 03Stap 3
Bak de ossenhaas zeer heet en kort zodat het vlees kleurt zonder uit te drogen; gaar verder tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium.
- 04Stap 4
Roerbak paksoi en lente-ui 2–3 minuten zodat ze fris en knapperig blijven.
- 05Stap 5
Voeg de sojajus kort toe en laat slechts enkele seconden bruisen.
- 06Stap 6
Serveer de ossenhaas met paksoi en bestrooi met sesam.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees op smaak met zout en zwarte peper, óf gebruik Jans Biefstuk Kruidenmix als smaakvol alternatief. Kies één van beide en voorkom dubbele kruiding.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Verhit de pan eerst goed en gebruik waar nodig slechts een dun laagje hittebestendig bakvet. Geef het vlees ruimte en bouw een duidelijke korst op zonder voortdurend te schuiven; verlaag daarna de hitte wanneer het stuk nog moet doorgaren.
- Tip van Jan: Dunne staartstukken zijn eerder klaar dan dikke middendelen; haal ze zo nodig eerder uit de pan.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Kerntemperatuur & eindcontrole
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een moderne, lichtere bereiding met veel umami en korte garing.

Ossenhaaspuntjes
3 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- 500 g ossenhaas
- 2 paprika's
- 4 bosuien
- 1 rode ui
- 2 el sojasaus
- 1 el oestersaus
- 1 tl bruine suiker
- 1 tl grove zwarte peper
- 1 el neutrale olie
- 300 g rijst
Bereiding
- 01Stap 1
Kruid pas vlak voor het bakken, zodat het vlees niet onnodig vocht verliest.
- 02Stap 2
Kook de rijst volgens de verpakking en houd warm.
- 03Stap 3
Verhit een wok tot zeer heet en bak het vlees in twee korte porties; schep uit de wok zodra het goed kleurt.
- 04Stap 4
Roerbak paprika en rode ui 3 minuten, voeg bosui toe en zet het vuur hoog.
- 05Stap 5
Meng soja, oestersaus, suiker en peper, voeg toe en laat kort bruisen. Schep het vlees terug en warm hooguit 1 minuut mee.
- 06Stap 6
Serveer direct met de rijst.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees op smaak met zout en zwarte peper, óf gebruik Jans Biefstuk Kruidenmix als smaakvol alternatief. Kies één van beide en voorkom dubbele kruiding.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Verhit de pan eerst goed en gebruik waar nodig slechts een dun laagje hittebestendig bakvet. Geef het vlees ruimte en bouw een duidelijke korst op zonder voortdurend te schuiven; verlaag daarna de hitte wanneer het stuk nog moet doorgaren.
- Tip van Jan: Geef de pan tijd om voor te verwarmen voordat het vlees erin gaat. Zo voorkomt u grijs stoven in eigen vocht.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een snelle wokbereiding met echte hitte en bite, geen stoofpot in een volle pan.
Ingrediënten
- 500 g ossenhaas
- 250 g eiernoedels
- 300 g broccoli
- 20 g verse gember
- 2 tenen knoflook
- 2 el sojasaus
- 1 el rijstazijn
- 1 tl sesamolie
- 1 el neutrale olie
Bereiding
- 01Stap 1
Kruid pas vlak voor het bakken, zodat het vlees niet onnodig vocht verliest.
- 02Stap 2
Kook de noedels kort en spoel ze af; blancheer de broccoli 2 minuten en laat goed uitlekken.
- 03Stap 3
Bak het vlees op hoog vuur in porties en houd apart.
- 04Stap 4
Roerbak gember en knoflook 20 seconden, voeg broccoli toe en laat licht kleuren.
- 05Stap 5
Voeg noedels, sojasaus, rijstazijn en sesamolie toe en schep op hoog vuur om.
- 06Stap 6
Voeg het vlees pas op het einde terug zodat het sappig blijft en serveer meteen.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees op smaak met zout en zwarte peper, óf gebruik Jans Biefstuk Kruidenmix als smaakvol alternatief. Kies één van beide en voorkom dubbele kruiding.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Verhit de pan eerst goed en gebruik waar nodig slechts een dun laagje hittebestendig bakvet. Geef het vlees ruimte en bouw een duidelijke korst op zonder voortdurend te schuiven; verlaag daarna de hitte wanneer het stuk nog moet doorgaren.
- Voeg boter en aromaten uit het recept pas na de eerste korstfase toe en lepel het schuimende bakvet kort over het vlees; zo blijven de aromaten frisser en verbranden ze minder snel.
- Tip van Jan: Gebruik boter, knoflook of kruiden pas in de laatste fase als de pan iets rustiger is; zo verbranden de melkbestanddelen minder snel.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een complete doordeweekse wokmaaltijd met heldere smaken en korte garing.
Ingrediënten
- 500 g ossenhaas
- 4 flatbreads
- 2 rode paprika's
- 150 g Griekse yoghurt
- 1 kleine komkommer
- 1 teen knoflook
- 1 el citroensap
- 1 el olie
- verse munt
Bereiding
- 01Stap 1
Rooster de paprika's onder de grill of in een hete pan tot ze zacht en donker aan de rand zijn; snijd in repen.
- 02Stap 2
Kruid pas vlak voor het bakken, zodat het vlees niet onnodig vocht verliest.
- 03Stap 3
Meng yoghurt met geraspte komkommer, knoflook, citroensap en munt.
- 04Stap 4
Bak het vlees in een ruime, hete pan in kleine porties zodat het kleurt in plaats van kookt.
- 05Stap 5
Verwarm de flatbreads kort in een droge pan.
- 06Stap 6
Beleg met paprika, vlees en yoghurtsaus en serveer direct.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees op smaak met zout en zwarte peper, óf gebruik Jans Biefstuk Kruidenmix als smaakvol alternatief. Kies één van beide en voorkom dubbele kruiding.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Verhit de pan eerst goed en gebruik waar nodig slechts een dun laagje hittebestendig bakvet. Geef het vlees ruimte en bouw een duidelijke korst op zonder voortdurend te schuiven; verlaag daarna de hitte wanneer het stuk nog moet doorgaren.
- Voeg boter en aromaten uit het recept pas na de eerste korstfase toe en lepel het schuimende bakvet kort over het vlees; zo blijven de aromaten frisser en verbranden ze minder snel.
- Tip van Jan: Geef de pan tijd om voor te verwarmen voordat het vlees erin gaat. Zo voorkomt u grijs stoven in eigen vocht.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een broodmaaltijd met contrast tussen heet vlees, geroosterde groente en frisse saus.

Ossenhaasspies per 2 stuks vers
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- 8 ossenhaas
- 200 ml pindasaus
- 1 komkommer
- 2 el rijstazijn
- 1 tl suiker
- 2 bosuien
- 30 g gebakken uitjes
- 300 g rijst
Bereiding
- 01Stap 1
Kook de rijst en houd warm.
- 02Stap 2
Snijd de komkommer dun en meng met rijstazijn en suiker; laat 15 minuten staan.
- 03Stap 3
Maak de barbecue gereed voor middelhoge directe hitte.
- 04Stap 4
Grill de ossenhaas rondom tot goed gekleurd en 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium. Gaar tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium en voorkom uitdrogen.
- 05Stap 5
Verwarm de pindasaus rustig zonder hard te koken.
- 06Stap 6
Serveer de spiesen met rijst, komkommer, pindasaus, bosui en gebakken uitjes.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees op smaak met zout en zwarte peper, óf gebruik Jans Biefstuk Kruidenmix als smaakvol alternatief. Kies één van beide en voorkom dubbele kruiding.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Gebruik directe hitte voor een mooie korst. Dikke stukken kun je daarna indirect verder laten garen; dunne steaks of kleine delen blijven vooral boven directe hitte. Controleer de gaarheid in het dikste deel.
- Tip van Jan: Een perfect gebakken steak koelt snel af. Een voorverwarmd bord houdt het resultaat langer op temperatuur.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een complete saté-achtige maaltijd waarin de spies echt de hoofdrol houdt.
Ingrediënten
- 8 ossenhaas
- 250 g noedels
- 2 stronken paksoi
- 3 bosuien
- 1 limoen
- 2 el sojasaus
- 1 tl sesamolie
- 1 el sesam
Bereiding
- 01Stap 1
Kook de noedels en spoel kort af.
- 02Stap 2
Roerbak paksoi en bosui op hoog vuur zodat ze knapperig blijven.
- 03Stap 3
Grill of bak de ossenhaas tot mooi gekleurd en 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium. Gaar tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium en voorkom uitdrogen.
- 04Stap 4
Meng limoensap, sojasaus en sesamolie tot dressing.
- 05Stap 5
Schep noedels en paksoi door de dressing.
- 06Stap 6
Serveer de spiesen erop en bestrooi met sesam.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees op smaak met zout en zwarte peper, óf gebruik Jans Biefstuk Kruidenmix als smaakvol alternatief. Kies één van beide en voorkom dubbele kruiding.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Gebruik directe hitte voor een mooie korst. Dikke stukken kun je daarna indirect verder laten garen; dunne steaks of kleine delen blijven vooral boven directe hitte. Controleer de gaarheid in het dikste deel.
- Tip van Jan: Geef de pan tijd om voor te verwarmen voordat het vlees erin gaat. Zo voorkomt u grijs stoven in eigen vocht.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een lichte Aziatische toepassing met frisse dressing en korte groentegaring.

Ossenhaasspies per 8 stuks vers
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- 8 ossenhaas
- 200 ml pindasaus
- 1 komkommer
- 2 el rijstazijn
- 1 tl suiker
- 2 bosuien
- 30 g gebakken uitjes
- 300 g rijst
Bereiding
- 01Stap 1
Kook de rijst en houd warm.
- 02Stap 2
Snijd de komkommer dun en meng met rijstazijn en suiker; laat 15 minuten staan.
- 03Stap 3
Maak de barbecue gereed voor middelhoge directe hitte.
- 04Stap 4
Grill de ossenhaas rondom tot goed gekleurd en 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium. Gaar tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium en voorkom uitdrogen.
- 05Stap 5
Verwarm de pindasaus rustig zonder hard te koken.
- 06Stap 6
Serveer de spiesen met rijst, komkommer, pindasaus, bosui en gebakken uitjes.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees op smaak met zout en zwarte peper, óf gebruik Jans Biefstuk Kruidenmix als smaakvol alternatief. Kies één van beide en voorkom dubbele kruiding.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Gebruik directe hitte voor een mooie korst. Dikke stukken kun je daarna indirect verder laten garen; dunne steaks of kleine delen blijven vooral boven directe hitte. Controleer de gaarheid in het dikste deel.
- Tip van Jan: Een droge buitenkant en voldoende hete pan of grill geven sneller een mooie korst; suikerhoudende marinades pas later op hoge hitte.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een complete saté-achtige maaltijd waarin de spies echt de hoofdrol houdt.
Ingrediënten
- 8 ossenhaas
- 250 g noedels
- 2 stronken paksoi
- 3 bosuien
- 1 limoen
- 2 el sojasaus
- 1 tl sesamolie
- 1 el sesam
Bereiding
- 01Stap 1
Kook de noedels en spoel kort af.
- 02Stap 2
Roerbak paksoi en bosui op hoog vuur zodat ze knapperig blijven.
- 03Stap 3
Grill of bak de ossenhaas tot mooi gekleurd en 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium. Gaar tot 54–56 °C voor medium-rare of 58–60 °C voor medium en voorkom uitdrogen.
- 04Stap 4
Meng limoensap, sojasaus en sesamolie tot dressing.
- 05Stap 5
Schep noedels en paksoi door de dressing.
- 06Stap 6
Serveer de spiesen erop en bestrooi met sesam.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees op smaak met zout en zwarte peper, óf gebruik Jans Biefstuk Kruidenmix als smaakvol alternatief. Kies één van beide en voorkom dubbele kruiding.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Gebruik directe hitte voor een mooie korst. Dikke stukken kun je daarna indirect verder laten garen; dunne steaks of kleine delen blijven vooral boven directe hitte. Controleer de gaarheid in het dikste deel.
- Tip van Jan: Een droge buitenkant en voldoende hete pan of grill geven sneller een mooie korst; suikerhoudende marinades pas later op hoge hitte.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een lichte Aziatische toepassing met frisse dressing en korte groentegaring.

Ossenstaart Limousin
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 1 kg ossenstaart
- 150 g spekblokjes
- 2 wortels
- 2 uien
- 250 g champignons
- 500 ml rode wijn
- 400 ml bouillon
- 1 el tomatenpuree
- 2 laurierblaadjes
Bereiding
- 01Stap 1
Bak de spekblokjes uit en schep ze uit de pan.
- 02Stap 2
Bak de ossenstaart in porties rondom donkerbruin en neem uit de pan.
- 03Stap 3
Bak ui en wortel, voeg tomatenpuree toe en bak 1 minuut mee.
- 04Stap 4
Blus met rode wijn en bouillon, voeg laurier toe en doe het vlees terug. Laat circa 3 uur zeer zacht stoven.
- 05Stap 5
Bak de champignons apart bruin en voeg ze met het spek pas in het laatste halfuur toe.
- 06Stap 6
Het gerecht is klaar wanneer het vlees zonder weerstand uit elkaar valt en de saus glanst.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Snijd stoofvlees alleen kleiner als het recept dat nodig heeft en houd de stukken zoveel mogelijk gelijk van formaat, zodat ze gelijkmatig garen.
- Braad de vleesstukken waar het recept dat toelaat in porties aan voor kleur en smaak. Laat ze daarna rustig stoven: zacht pruttelen, niet hard doorkoken, en gebruik malsheid als eindcontrole in plaats van alleen een vaste tijd.
- Tip van Jan: Snijd vlees zo laat mogelijk. Zo blijft het warmer en verliest het minder vocht.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een Franse klassieker met gelaagde smaak en paddenstoelen die hun bite behouden.
Ingrediënten
- ca. 1 kg ossenstaart
- 2 uien
- 3 tenen knoflook
- 20 g gember
- 2 tl gemalen koriander
- 1 tl komijn
- 3 el ketjap manis
- 400 ml kokosmelk
- 1 stengel citroengras
Bereiding
- 01Stap 1
Bak de ui rustig goudbruin in een beetje olie.
- 02Stap 2
Voeg knoflook, gember, koriander en komijn toe en bak kort tot het geurt.
- 03Stap 3
Voeg de ossenstaart toe en bak rondom aan; werk in porties als de pan te vol wordt.
- 04Stap 4
Roer ketjap erdoor, voeg kokosmelk en gekneusd citroengras toe en breng tegen de kook aan.
- 05Stap 5
Laat 2,5–3 uur heel zacht stoven zonder hard te koken.
- 06Stap 6
Neem het deksel het laatste halfuur weg zodat de saus geconcentreerd en romig wordt; verwijder citroengras voor serveren.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Snijd stoofvlees alleen kleiner als het recept dat nodig heeft en houd de stukken zoveel mogelijk gelijk van formaat, zodat ze gelijkmatig garen.
- Braad de vleesstukken waar het recept dat toelaat in porties aan voor kleur en smaak. Laat ze daarna rustig stoven: zacht pruttelen, niet hard doorkoken, en gebruik malsheid als eindcontrole in plaats van alleen een vaste tijd.
- Tip van Jan: Meet in het dikste deel en niet tegen bot, vetlaag of pan. Zo stuurt u op garing in plaats van op minuten.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een warme specerijenrichting die echt verschilt van Europese stoofgerechten.

Parelhoen panklaar heel
3 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- 1 Parelhoen panklaar heel
- 2 uien
- 1 bol knoflook
- 1 citroen
- 2 el olie
- 250 ml kippenbouillon
- 2 takjes tijm
- peper en zout
Bereiding
- 01Stap 1
Verwarm de oven voor op 190 °C.
- 02Stap 2
Wrijf de buitenkant licht in met olie, peper en zout en leg ui, citroen en knoflook eromheen.
- 03Stap 3
Braad tot het dikste deel van de dij 75 °C bereikt en controleer ook het dikste deel van de borst; raak met de sonde geen bot.
- 04Stap 4
Neem uit de oven en laat 10–15 minuten rusten.
- 05Stap 5
Giet overtollig vet uit de schaal, voeg bouillon toe en kook de aanbaksels kort los.
- 06Stap 6
Snijd aan tafel en serveer met de braadjus.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng het vlees vlak voor de bereiding op smaak met zout en zwarte peper. Voor een vollere, kruidige smaak kun je in plaats daarvan Tropical Mango gebruiken. Kies één van beide; zo blijft de kruiding mooi in balans.
- Gebruik de oven voor beheerst doorgaren. Wanneer het recept eerst een korst vraagt, schroei het vlees vooraf kort aan; bepaal het eindpunt op kern en niet uitsluitend op oventijd.
- Tip van Jan: Kleur in de pan en laat een dikke filet gecontroleerd in de oven doorgaren.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een betrouwbare hele-vogelbereiding met kernmeting in dij én borst.
Ingrediënten
- 1 Parelhoen panklaar heel
- 1 el olie
- 2 tl gerookt paprikapoeder
- 1 tl knoflookpoeder
- 1 citroen
- peper en zout
Bereiding
- 01Stap 1
Maak de barbecue gereed voor indirecte hitte rond 180 °C.
- 02Stap 2
Wrijf de vogel in met olie, paprika, knoflookpoeder, peper en zout.
- 03Stap 3
Plaats indirect en sluit het deksel.
- 04Stap 4
Gaar tot 75 °C in het dikste deel van de dij en controleer ook de borst.
- 05Stap 5
Laat 10–15 minuten rusten.
- 06Stap 6
Werk af met citroen en snijd aan tafel.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng het vlees vlak voor de bereiding op smaak met zout en zwarte peper. Voor een vollere, kruidige smaak kun je in plaats daarvan Tropical Mango gebruiken. Kies één van beide; zo blijft de kruiding mooi in balans.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Gebruik directe hitte voor een mooie korst. Dikke stukken kun je daarna indirect verder laten garen; dunne steaks of kleine delen blijven vooral boven directe hitte. Controleer de gaarheid in het dikste deel.
- Tip van Jan: Zodra de veilige kern is bereikt, van de hitte af. Extra minuten maken borstfilet vooral droger.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Indirect garen geeft een gelijkmatige garing; pas op het einde eventueel kort kleuren.
Ingrediënten
- 1 Parelhoen panklaar heel
- 800 g aardappelen
- 2 venkelknollen
- 2 rode uien
- 100 g groene olijven
- 2 el olijfolie
- 1 citroen
Bereiding
- 01Stap 1
Verwarm de oven voor op 190 °C.
- 02Stap 2
Snijd aardappelen, venkel en ui grof en meng met olie.
- 03Stap 3
Leg de vogel erop en braad tot 75 °C in het dikste deel van de dij; controleer ook de borst.
- 04Stap 4
Voeg de olijven de laatste 15 minuten toe.
- 05Stap 5
Laat de vogel 10–15 minuten rusten.
- 06Stap 6
Serveer met de geroosterde groenten en citroen.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees op smaak met zout en zwarte peper, óf gebruik Tropical Mango als smaakvol alternatief. Kies één van beide en voorkom dubbele kruiding.
- Gebruik de oven voor beheerst doorgaren. Wanneer het recept eerst een korst vraagt, schroei het vlees vooraf kort aan; bepaal het eindpunt op kern en niet uitsluitend op oventijd.
- Tip van Jan: Kleur in de pan en laat een dikke filet gecontroleerd in de oven doorgaren.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een complete braadslede waarbij de vogel boven de groenten gaart.

Parelhoenfilet supreme per 2
1 recept beschikbaar
Ingrediënten
- 600–700 g Parelhoenfilet supreme per 2
- 700 g krieltjes
- 1 citroen
- 2 takjes tijm
- 1 teen knoflook
- 25 g boter
- 1 el neutrale olie
- peper en zout
Bereiding
- 01Stap 1
Rooster of kook de krieltjes tot ze gaar en goudbruin zijn.
- 02Stap 2
Kruid vlak voor het bakken met peper en een kleine hoeveelheid zout.
- 03Stap 3
Verhit olie in een ruime pan op middelhoog-hoog vuur en bak de kip rondom goudbruin.
- 04Stap 4
Zet het vuur iets lager en gaar verder tot het dikste deel 75 °C bereikt; gebruik een kernthermometer zonder bot te raken.
- 05Stap 5
Neem de kip uit de pan en laat 3–5 minuten rusten. Voeg boter, tijm, knoflook en een kneep citroen toe aan de pan.
- 06Stap 6
Wentel de krieltjes kort door de panjus en serveer direct met de kip.
Zo bereid je dit vlees op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng het vlees vlak voor de bereiding op smaak met zout en zwarte peper. Voor een vollere, kruidige smaak kun je in plaats daarvan Tropical Mango gebruiken. Kies één van beide; zo blijft de kruiding mooi in balans.
- Voeg zwarte peper vlak voor de bereiding toe. Werk je met zeer hoge hitte, dan kun je de peper ook na het aanzetten of vlak voor serveren toevoegen om verbranden te voorkomen.
- Verhit de pan eerst goed en gebruik waar nodig slechts een dun laagje hittebestendig bakvet. Geef het vlees ruimte en bouw een duidelijke korst op zonder voortdurend te schuiven; verlaag daarna de hitte wanneer het stuk nog moet doorgaren.
- Voeg boter en aromaten uit het recept pas na de eerste korstfase toe en lepel het schuimende bakvet kort over het vlees; zo blijven de aromaten frisser en verbranden ze minder snel.
- Tip van Jan: Gebruik een kernthermometer en meet in het dikste deel. Vermijd contact met bot.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een eenvoudige panbereiding waarin de kip sappig blijft en de jus uit de pan wordt benut.

Procureurlapjes gourmet vers
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- ca. 1 kg procureur
- 150 g spekblokjes
- 2 wortels
- 2 uien
- 250 g champignons
- 500 ml rode wijn
- 400 ml bouillon
- 1 el tomatenpuree
- 2 laurierblaadjes
Bereiding
- 01Stap 1
Bak de spekblokjes uit en schep ze uit de pan.
- 02Stap 2
Bak de procureur in porties rondom donkerbruin en neem uit de pan.
- 03Stap 3
Bak ui en wortel, voeg tomatenpuree toe en bak 1 minuut mee.
- 04Stap 4
Blus met rode wijn en bouillon, voeg laurier toe en doe het vlees terug. Laat circa 3 uur zeer zacht stoven.
- 05Stap 5
Bak de champignons apart bruin en voeg ze met het spek pas in het laatste halfuur toe.
- 06Stap 6
Het gerecht is klaar wanneer het vlees zonder weerstand uit elkaar valt en de saus glanst.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees vlak voor de bereiding gelijkmatig op smaak met zout. Volg een langere zout- of dry-brinefase alleen wanneer het recept dat bewust voorschrijft.
- Braad de vleesstukken waar het recept dat toelaat in porties aan voor kleur en smaak. Laat ze daarna rustig stoven: zacht pruttelen, niet hard doorkoken, en gebruik malsheid als eindcontrole in plaats van alleen een vaste tijd.
- Tip van Jan: Mosterd, appel, salie en zachte zuren passen goed bij varkensvlees zonder de vleessmaak te verstoppen.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een Franse klassieker met gelaagde smaak en paddenstoelen die hun bite behouden.
Ingrediënten
- ca. 1 kg procureur
- 2 uien
- 3 tenen knoflook
- 20 g gember
- 2 tl gemalen koriander
- 1 tl komijn
- 3 el ketjap manis
- 400 ml kokosmelk
- 1 stengel citroengras
Bereiding
- 01Stap 1
Bak de ui rustig goudbruin in een beetje olie.
- 02Stap 2
Voeg knoflook, gember, koriander en komijn toe en bak kort tot het geurt.
- 03Stap 3
Voeg de procureur toe en bak rondom aan; werk in porties als de pan te vol wordt.
- 04Stap 4
Roer ketjap erdoor, voeg kokosmelk en gekneusd citroengras toe en breng tegen de kook aan.
- 05Stap 5
Laat 2,5–3 uur heel zacht stoven zonder hard te koken.
- 06Stap 6
Neem het deksel het laatste halfuur weg zodat de saus geconcentreerd en romig wordt; verwijder citroengras voor serveren.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Haal het vlees uit de verpakking en dep het vlak voor de bereiding droog als het oppervlak vochtig is. Een droog oppervlak kleurt mooier en geeft een betere korst.
- Breng naturel vlees vlak voor de bereiding gelijkmatig op smaak met zout. Volg een langere zout- of dry-brinefase alleen wanneer het recept dat bewust voorschrijft.
- Braad de vleesstukken waar het recept dat toelaat in porties aan voor kleur en smaak. Laat ze daarna rustig stoven: zacht pruttelen, niet hard doorkoken, en gebruik malsheid als eindcontrole in plaats van alleen een vaste tijd.
- Tip van Jan: Glazuren met honing of suiker pas later aanbrengen zodat ze karamelliseren in plaats van verbranden.
- Gebruik de kerntemperatuurinformatie bij dit product om de gewenste gaarheid te bepalen. Tijd blijft een richtlijn: dikte, begintemperatuur en bereidingswijze maken het verschil.
Kijk naast de bereidingstijd ook naar de gaarheid en de temperatuurinformatie bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een warme specerijenrichting die echt verschilt van Europese stoofgerechten.

Pulled Chicken 1 kg
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- 500 g Pulled Chicken
- 4 flatbreads
- 2 paprika’s
- 1 rode ui
- 150 g yoghurt
- 1 teen knoflook
- 1 citroen
Bereiding
- 01Stap 1
Rooster paprika en ui in een hete pan.
- 02Stap 2
Meng yoghurt met knoflook en citroen.
- 03Stap 3
Verwarm de Pulled Chicken rustig door in dezelfde pan; het product is al gegaard en hoeft niet opnieuw gaar gemaakt te worden.
- 04Stap 4
Verwarm de flatbreads kort.
- 05Stap 5
Vul met groente en kip en maak af met knoflookyoghurt.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Dit product is al gegaard. Verwarm het gelijkmatig door en voeg geen extra marinade of kruiden toe tenzij het recept dat uitdrukkelijk vraagt.
- Voeg niet automatisch extra zout, rub of marinade toe. De smaak die al in het product zit is het uitgangspunt.
- Warm in de pan rustig en gelijkmatig door; gebruik alleen extra bakvet als het recept of product dat nodig heeft.
- Tip van Jan: Kleur in de pan en laat een dikke filet gecontroleerd in de oven doorgaren.
- Volg voor het opwarmen de temperatuur- en bereidingsinformatie die bij het product staat.
Volg voor opwarmen, bewaren en serveren de aanwijzingen bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Kort doorwarmen en direct serveren houdt reeds gegaarde kip sappig.
Ingrediënten
- 500 g Pulled Chicken
- 300 g rijst
- 2 stronken paksoi
- 2 bosuien
- 2 el sojasaus
- 1 limoen
- 1 tl sesamolie
- 1 tl sesam
Bereiding
- 01Stap 1
Kook de rijst.
- 02Stap 2
Roerbak paksoi en bosui kort op hoog vuur.
- 03Stap 3
Voeg de Pulled Chicken toe en verwarm alleen tot door en door warm; voorkom uitdrogen.
- 04Stap 4
Breng op smaak met sojasaus, limoen en sesamolie.
- 05Stap 5
Serveer op rijst en bestrooi met sesam.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Dit product is al gegaard. Verwarm het gelijkmatig door en voeg geen extra marinade of kruiden toe tenzij het recept dat uitdrukkelijk vraagt.
- Voeg niet automatisch extra zout, rub of marinade toe. De smaak die al in het product zit is het uitgangspunt.
- Warm in de pan rustig en gelijkmatig door; gebruik alleen extra bakvet als het recept of product dat nodig heeft.
- Tip van Jan: Kleur in de pan en laat een dikke filet gecontroleerd in de oven doorgaren.
- Volg voor het opwarmen de temperatuur- en bereidingsinformatie die bij het product staat.
Volg voor opwarmen, bewaren en serveren de aanwijzingen bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Een snelle bowl voor reeds gegaarde kip: alleen goed doorwarmen en op smaak brengen.

Pulled Pork 1 kg
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- 600 g pulled pork
- 4 briochebroodjes
- 200 g coleslaw
- 120 ml BBQ-saus
- 4 augurken
- 1 rode ui
- 1 el appelazijn
Bereiding
- 01Stap 1
Verwarm de pulled pork rustig op laag tot middelhoog vuur tot het product door en door heet is; voorkom uitdrogen.
- 02Stap 2
Snijd rode ui dun en meng met appelazijn; laat 15 minuten staan.
- 03Stap 3
Rooster de broodjes aan de snijkant.
- 04Stap 4
Meng het warme vlees met net genoeg BBQ-saus om het sappig te maken.
- 05Stap 5
Beleg met coleslaw, vlees, ingelegde ui en augurk.
- 06Stap 6
Serveer meteen zodat brood en sla hun structuur behouden.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Dit product is al gegaard. Verwarm het gelijkmatig door en voeg geen extra marinade of kruiden toe tenzij het recept dat uitdrukkelijk vraagt.
- Voeg niet automatisch extra zout, rub of marinade toe. De smaak die al in het product zit is het uitgangspunt.
- Warm in de oven gelijkmatig door en voorkom onnodig uitdrogen. Haal het product uit de oven zodra het goed is opgewarmd.
- Tip van Jan: Pas rusttijd aan het product aan. Een heel stuk profiteert; krokant gepaneerd vlees serveert u juist direct.
- Volg voor het opwarmen de temperatuur- en bereidingsinformatie die bij het product staat.
Volg voor opwarmen, bewaren en serveren de aanwijzingen bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Klassieke pulled-meat sandwich met zuur, fris en sappig vlees.
Ingrediënten
- 600 g pulled pork
- 8 kleine tortilla's
- 1 blik maïs
- 2 tomaten
- 1 avocado
- 1 limoen
- 1 rode ui
- koriander
Bereiding
- 01Stap 1
Verwarm de pulled pork rustig en houd sappig.
- 02Stap 2
Rooster de maïs in een droge pan tot enkele korrels donker kleuren.
- 03Stap 3
Meng maïs met tomaat, rode ui, limoensap en koriander.
- 04Stap 4
Verwarm de tortilla's kort en snijd avocado in parten.
- 05Stap 5
Verdeel het warme vlees over de tortilla's.
- 06Stap 6
Schep salsa en avocado erop en serveer direct.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Dit product is al gegaard. Verwarm het gelijkmatig door en voeg geen extra marinade of kruiden toe tenzij het recept dat uitdrukkelijk vraagt.
- Voeg niet automatisch extra zout, rub of marinade toe. De smaak die al in het product zit is het uitgangspunt.
- Warm in de pan rustig en gelijkmatig door; gebruik alleen extra bakvet als het recept of product dat nodig heeft.
- Tip van Jan: Pas rusttijd aan het product aan. Een heel stuk profiteert; krokant gepaneerd vlees serveert u juist direct.
- Volg voor het opwarmen de temperatuur- en bereidingsinformatie die bij het product staat.
Volg voor opwarmen, bewaren en serveren de aanwijzingen bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Frisse taco-opbouw geeft een totaal andere toepassing dan het klassieke broodje.

Pulled Veal 1 kg
2 recepten beschikbaar
Ingrediënten
- 600 g pulled veal
- 4 briochebroodjes
- 200 g coleslaw
- 120 ml BBQ-saus
- 4 augurken
- 1 rode ui
- 1 el appelazijn
Bereiding
- 01Stap 1
Verwarm de pulled veal rustig op laag tot middelhoog vuur tot het product door en door heet is; voorkom uitdrogen.
- 02Stap 2
Snijd rode ui dun en meng met appelazijn; laat 15 minuten staan.
- 03Stap 3
Rooster de broodjes aan de snijkant.
- 04Stap 4
Meng het warme vlees met net genoeg BBQ-saus om het sappig te maken.
- 05Stap 5
Beleg met coleslaw, vlees, ingelegde ui en augurk.
- 06Stap 6
Serveer meteen zodat brood en sla hun structuur behouden.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Dit product is al gegaard. Verwarm het gelijkmatig door en voeg geen extra marinade of kruiden toe tenzij het recept dat uitdrukkelijk vraagt.
- Voeg niet automatisch extra zout, rub of marinade toe. De smaak die al in het product zit is het uitgangspunt.
- Warm in de oven gelijkmatig door en voorkom onnodig uitdrogen. Haal het product uit de oven zodra het goed is opgewarmd.
- Tip van Jan: Citroen of azijn pas vlak voor serveren houdt de visstructuur en frisse smaak beter.
- Volg voor het opwarmen de temperatuur- en bereidingsinformatie die bij het product staat.
Volg voor opwarmen, bewaren en serveren de aanwijzingen bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Klassieke pulled-meat sandwich met zuur, fris en sappig vlees.
Ingrediënten
- 600 g pulled veal
- 8 kleine tortilla's
- 1 blik maïs
- 2 tomaten
- 1 avocado
- 1 limoen
- 1 rode ui
- koriander
Bereiding
- 01Stap 1
Verwarm de pulled veal rustig en houd sappig.
- 02Stap 2
Rooster de maïs in een droge pan tot enkele korrels donker kleuren.
- 03Stap 3
Meng maïs met tomaat, rode ui, limoensap en koriander.
- 04Stap 4
Verwarm de tortilla's kort en snijd avocado in parten.
- 05Stap 5
Verdeel het warme vlees over de tortilla's.
- 06Stap 6
Schep salsa en avocado erop en serveer direct.
Zo bereid je dit product op z’n best
- Dit product is al gegaard. Verwarm het gelijkmatig door en voeg geen extra marinade of kruiden toe tenzij het recept dat uitdrukkelijk vraagt.
- Voeg niet automatisch extra zout, rub of marinade toe. De smaak die al in het product zit is het uitgangspunt.
- Warm in de pan rustig en gelijkmatig door; gebruik alleen extra bakvet als het recept of product dat nodig heeft.
- Tip van Jan: Laat vis in de pan eerst een korst vormen voordat u probeert te keren.
- Volg voor het opwarmen de temperatuur- en bereidingsinformatie die bij het product staat.
Volg voor opwarmen, bewaren en serveren de aanwijzingen bij het product.
Raadpleeg altijd het etiket; de THT- en bewaarinformatie op de verpakking is leidend.
Frisse taco-opbouw geeft een totaal andere toepassing dan het klassieke broodje.